In de inleiding worden lesdoel en lesverloop aangeven.
Werkvorm waarbij (om de beurt) de een 'leerling' is en de tekst leest en de ander de 'leerkracht' is die controleert.
De kinderen zitten in twee cirkels tegenover elkaar met een kaartje met een stukje tekst. Kunnen ze een oorzaak - gevolg relatie maken?
Na het uitwisselen verplaatsen de kinderen in de binnencirkel zich zodat nieuwe combinaties ontstaan
(Eerste prijs smoezen: daardoor was ik te laat op school.)
Het denken is individueel en bestaat uit het beantwoorden van de vragen die bij de tekst horen.